1583 Aanslag op Kasteel Heeswijk

Zware jaren tijdens de Tachtigjarige Oorlog

Tijd van Ontdekkers en Hervormers

Soldaten van Willem van Oranje proberen tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) Kasteel Heeswijk te veroveren. Maar het kasteel is een sterke burcht en de bruggen zijn tijdens de oorlog meestal omhooggetrokken. Niemand kan ongezien naar binnen komen. De commandant van de soldaten van Willem van Oranje bedenkt een list om het kasteel te bezetten. Zal ze dat lukken?

De Tachtigjarige Oorlog in Brabant
De Nederlanden hoorden in die tijd bij de gebieden van de Spaanse koning Filips II. De Tachtigjare Oorlog, ook wel bekend als de Nederlandse Opstand, begon als opstand tegen Filips II. In de Nederlanden waren veel mensen protestant geworden. Maar van de katholieke Filips II mocht je geen aanhanger zijn van de protestantse godsdienst. Daarnaast waren mensen ontevreden over de hoge belastingen die ze moesten betalen. Onder leiding van Willem van Oranje kwamen steeds meer delen van de Nederlanden in opstand. In veel steden werden de Spanjaarden verjaagd.

Willem van Oranje en Filips II.

Maar in Brabant was de strijd nog lang niet gestreden. In de Meierij, het gebied waar Heeswijk, Dinther en Loosbroek bij hoorden, hadden de meeste inwoners namelijk de kant van de Spanjaarden gekozen. Toch moesten de Spaanse troepen zich langzaam maar zeker steeds verder terugtrekken. De soldaten van prins Willem van Oranje trokken moordend en plunderend door onze omgeving. Ze staken huizen en kerken in brand, vernietigden de oogst en probeerden ook Kasteel Heeswijk te veroveren.

De opstandige Nederlandse gewesten (oranje) en het Spaanse gebied (geel).

Waarom Kasteel Heeswijk?
Het lag voor de hand dat de opstandelingen Den Bosch in handen wilden krijgen. Wie die stad bezat was de baas in de hele Meierij. Ze probeerden ook de forten en kastelen die rondom Den Bosch lagen te bezetten. De generaals van het leger van prins Willem van Oranje waren bang dat zij tijdens de belegering van Den Bosch vanuit Kasteel Heeswijk in de rug konden worden aangevallen. Daar kwam ook nog eens bij dat de eigenaar van Kasteel Heeswijk in 1583 een graaf was, die de Spaanse koning Filips II steunde. Graaf Maximiliaan woonde niet zelf op het kasteel en had Berthold de Fleru aangesteld als beheerder en commandant van de soldaten. (De Flerustraat in Heeswijk-Dinther herinnert aan de kasteelbeheerders Johan en Berthold de Fleru).

Filips van Hohenlo was legeraanvoerder in dienst van Willem van Oranje. Hij was ook zijn schoonzoon en diende hem al sinds 1576 als luitenant-generaal. In 1583 was hij bevelhebber van de opstandige troepen in de Meierij. Filips van Hohenlo veroverde verschillende steden. Hij wilde het kasteel van Heeswijk met een list veroveren.

Graaf Filips van Hohenlo, legeraanvoerder in dienst van Willem van Oranje.

De aanslag op 1 april 1583


 Reconstructietekening van de aanval op Kasteel Heeswijk, 1 april 1583 (met AI gemaakt op basis van (latere) historische afbeeldingen van soldaten en het kasteel).

Graaf van Hohenlo haalde Roelof Claeszoon van Oswaer en Hans van Rijck, twee kooplieden, over om hem te helpen het kasteel met een list te veroveren. De twee kooplieden reden met enkele wagens vol handelswaar, zoals tonnen met haring en zout, het kasteel binnen. De vijf knechts van de kooplieden die mee hielpen waren vermomde soldaten. Tussen de koopwaar hadden zij een ton met buskruit en een ton met zes geladen geweren verstopt. Zodra zij binnen waren, gooiden de mannen hun vermomming af. Meteen ontstond een hevig gevecht met de snel toegeschoten soldaten van het kasteel.

De overvallers hadden afgesproken een witte vlag te hijsen om de soldaten van Hohenlo om hulp te vragen. Die bevonden zich op de heide zodat zij niet gezien konden worden. De ruiters en soldaten kwamen onmiddellijk aangesneld, maar zij waren te laat. Tot hun schrik waren de overvallers al verslagen. De bruggen waren opgehaald.

Drie van de vermomde soldaten waren gedood. Hans van Rijck wist te ontkomen door in de slotgracht te springen. Roelof Claeszoon en twee van zijn mannen werden gevangengenomen. Zij moesten voor de rechtbank van de schepenen van Heeswijk verschijnen. Tijdens zijn verhoor bekende Roelof dat de graaf van Hohenlo hem had overgehaald tot het waagstuk omdat hij bevriend was met de commandant van het kasteel. Welke straf Roelof uiteindelijk kreeg, is onbekend.
In een brief van 22 augustus 1583 schreef de Heeswijkse commandant, Berthold van Fleru, dat hij trouw bleef aan Filips II, de koning van Spanje.

Zo zagen de soldaten er in die tijd uit. Dit is een soldaat die de pan van zijn roer (geweer) sluit. Geschilderd door Jacques de Gheyn rond 1597. 

Een soortgelijke list in Breda
Later in 1590 zou Maurits, zoon van Willem van Oranje en toen de opperbevelhebber van het leger, ook zo’n slimmigheidje gebruiken. Een groep soldaten verstopte zich in een schip dat turf naar het Kasteel van Breda bracht. Zij slaagden er wel in om de Spaanse bewakers te overmeesteren en namen het kasteel en de stad in. Dit verhaal is beroemd geworden als ‘het turfschip van Breda’.

Zware tijden voor de bevolking
De tijd van de Tachtigjarige oorlog was voor de inwoners van Heeswijk, Dinther en Loosbroek een hele zware tijd om in te leven. De mensen leden veel schade door vernielingen van de oogst van de boeren en de plunderingen van huizen en boerderijen. Het noodzakelijke voedsel voor het leger haalde men weg bij de bewoners, die vaak honger leden. Soldaten van Willem van Oranje verbrandden de oogsten om er voor te zorgen dat de inwoners van Den Bosch niet genoeg voedsel konden kopen. Boeren werden bedreigd met brand en doodslag. Ze werden zo gedwongen een deel van hun bezittingen af te geven.

Henrick Deliszoon, bedreigd en beroofd

De Bernisse hoeve (Driehuis), Stoppelveldseweg 2 in Dinther. De bewoner, Henrick Deliszoon werd bedreigd en beroofd.

Aan de Stoppelveldse weg in Dinther staat een boerderij die ‘Bernisse Hoeve’ heet. Deze hoeve zou later ook bekend staan als ‘de Driehuis’. Daar woonde tijdens de Tachtigjarige Oorlog Henrick Deliszoon. In 1578 was hij schepen in Dinther; hij regelde alledaagse zaken in het dorp en droeg bij aan de rechtspraak. In tien jaar tijd raakte Henrick nogal wat van zijn bezittingen kwijt.

In 1583 moest hij in opdracht van de rentmeester van de abdij van Berne een wagen graan naar de Norbertijnen in ‘s-Hertogenbosch brengen. De kloosterlingen van de abdij van Berne woonden toen in Den Bosch. Blijkbaar is Henrick verraden aan soldaten van de opstandige troepen, want hij moest een van hen, Wouter Otten, 34 gulden geven. Anders zou hij beroofd en gedood worden.

In datzelfde jaar kwam diezelfde Wouter Otten met 12 soldaten bij Henrick aan huis en nam vier van zijn beste lammeren mee uit de schaapskooi. Hij dreigde de hoeve in brand te steken. De bewoners konden van angst niet slapen en daarom betaalde Henrick uiteindelijk 100 gulden aan Wouter Otten.

Een andere soldaat, die Ariaen heette wilde Henrick ontvoeren, omdat zijn familie op een boerderij van de Abdij van Berne woonde. Zoon Adriaan is toen in zijn plaats als gevangene meegegaan. Hij heeft 12 dagen gevangen gezeten. Men heeft hem vrij gekregen door 150 gulden plus12 gulden drinkgeld te betalen. Later hebben ze uit het weiland ook nog een paard, met een waarde van 60 gulden weggehaald, dat nooit meer terug is gezien.

Kasteel Heeswijk na de belegeringen
De aanval op 1 april 1583 was de eerste poging om kasteel Heeswijk te bezetten. Daarna volgde nog twee keer een aanval: in 1601 en 1603. Aan deze tekening kun je zien dat de soldaten van de Republiek het kasteel toen met kanonnen hebben beschoten.

Tekening van Kasteel Heeswijk door Andries Schoenmaker (1732).

In 1732 maakte Andries Schoenmaker deze tekening in zijn boek getiteld “De Atlas van Schoenmaker”. Onder de titel bij de tekening schrijft Adries een tekst over de Heerlijkheid Heeswijk. Hij maakte deze tekening na van een kopergravure van Bouttats en Van Croes uit 1695 (deze zie je bovenaan dit artikel). Daarop zie je hoe Kasteel Heeswijk er in die tijd uit zag. We zien heel duidelijk dat het kasteel zwaar beschadigd is. Het is -waarschijnlijk van de kant van de rivier de Aa- gedeeltelijk met kanonnen kapotgeschoten door de troepen van prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje.

Begin achttiende eeuw zijn de beschadigde torens en gebouwen afgebroken. Dat zien we op tekeningen die Abraham de Haen in de Atlas van Schoenmaker maakte.

Tekeningen van Kasteel Heeswijk door Abraham de Haen (1710-1735).

Deel deze post